Financiële markten
Op de aandelenmarkten stond juli in het teken van kunstmatige intelligentie, hernieuwde spanningen rond de Straat van Hormuz, een sterk cijferseizoen en centrale banken die worstelden met aanhoudende inflatiedruk. Per saldo zijn Europese aandelenmarkten deze maand met 1,55% gestegen en de S&P 500 met 0,1%.
Halfgeleiderbedrijven zoals ASML en TSMC presenteerden sterke kwartaalcijfers, maar
beleggers werden kritischer over de omvang en houdbaarheid van de wereldwijde AI-investeringen en het verdienmodel achter de taalmodellen zelf. De Philadelphia Semiconductor Index (SOX), die de dertig grootste Amerikaans-genoteerde halfgeleiderbedrijven volgt zoals Nvidia, Broadcom en TSMC, is sinds de piek op 22 juni 2026 tot en met het laagste punt op 29 juli meer dan 28% gedaald. Ondanks deze forse daling staat de SOX dit jaar nog altijd circa 66% in de plus. Ook in Azië stonden chipaandelen onder druk, vooral in Zuid-Korea, waar hefboom-ETF’s op Samsung en SK Hynix, sinds eind mei goed voor een groot deel van de dagelijkse handel op de Koreaanse beurs, de koersuitslagen fors versterkten. De Kospi-index zelf daalde in de weken na de piek van juni met circa 33%, waarna de Zuid-Koreaanse toezichthouder ingreep met strengere regels voor deze producten. Midden in deze onrustige periode voor chipmakers ging SK Hynix ook nog naar de Amerikaanse beurs, met de grootste beursintroductie ooit van een buitenlands bedrijf in de Verenigde Staten.
In de laatste week van juli sloeg het sentiment meerdere keren om door de cijfers van de grote Amerikaanse technologiebedrijven. Alphabet rapporteerde als eerste hyperscaler sterke resultaten, met een omzetgroei van de clouddivisie van 82%, maar het aandeel daalde toch scherp door hogere investeringsbudgetten voor 2026 en een voor het eerst sinds de beursgang negatieve vrije kasstroom, wat de twijfel voedde of alle AI-investeringen zich wel terugverdienen. Die twijfel werd enkele dagen later weggenomen door Microsoft en Amazon, die beiden een sterke groei van hun clouddivisies (Azure en AWS) lieten zien. Meta viel juist tegen door sterk oplopende kosten. Tegenover de stevige koersdaling van de AI gerelateerde bedrijven stond een gedeeltelijk herstel van veel softwarebedrijven, nadat deze bedrijven eerder dit jaar stevig in koersen waren gedaald.
Het conflict tussen Iran en de Verenigde Staten speelde wederom een belangrijke rol op financiële markten. De fragiele wapenstilstand tussen de Verenigde Staten en Iran liep medio juli definitief ten einde: op Iraanse aanvallen op schepen in de Straat van Hormuz volgden Amerikaanse aanvallen op Iraanse doelen en Iraanse vergelding op Amerikaanse bases in de regio. Het scheepvaartverkeer in de Straat van Hormuz viel nagenoeg stil en de olieprijs liep op, tot een piek van ruim $100 rond 23 juli. Tegen het einde van de maand nam de dreiging af en zakte de olieprijs terug naar circa $90, al is van een blijvende oplossing tussen Washington en Teheran vooralsnog geen sprake.
Volgens een rapport van LSEG presenteerden Europese bedrijven in het tweede kwartaal solide resultaten. Bedrijven in de Stoxx 600 rapporteerden over het tweede kwartaal een winstgroei van 20,8% op jaarbasis, ruim boven de winstgroei van circa 12,5% die analisten begin mei nog verwachtten. Van de 176 bedrijven die tot en met 30 juli hun cijfers hadden gepubliceerd, versloeg 56,8% de winstverwachting, boven het langjarig gemiddelde van 54%. De groei was breed gedragen: acht van de tien sectoren lieten een winststijging zien, met de energiesector als koploper dankzij de hogere olieprijs (+130,9%), gevolgd door onder meer technologie en financials. Alleen bedrijven die cyclische consumentengoederen verkopen (-1,6%) en vastgoed (-3,9%) noteerden een winstdaling. Analisten stelden de winstverwachtingen voor de komende kwartalen bovendien naar boven bij, naar 15,1% voor het derde kwartaal en 30,7% voor het vierde kwartaal. Voor heel 2026 wordt nu een winstgroei verwacht van 17,0%, terwijl dat in begin april nog 13,0% was. Ondanks dat de Stoxx 600 dit jaar bijna 10% is gestegen, is de waardering van de index ten opzichte van de verwachte winstontwikkeling niet gestegen.
De inflatiecijfers over juni gaven aanvankelijk reden tot optimisme. De inflatie in de eurozone daalde naar 2,8%, een meevaller die begin juli op de ECB-conferentie in het Portugese Sintra werd besproken. Daarnaast viel de Amerikaanse consumentenprijsinflatie met 3,5% mee, en wezen de licht dalende Amerikaanse producentenprijzen op dezelfde gunstige richting. In China groeide de economie met 4,3% minder hard dan verwacht door zwakke binnenlandse vraag. De hernieuwde stijging van de olieprijs later in de maand zette de gunstige inflatietrend weer onder druk en hield het risico op tweede-ronde-effecten levend. Tegen deze achtergrond zochten centrale banken naar een nieuw beleidskader. Op de conferentie in Sintra riep ECB-president Lagarde op tot eenvoudiger beleid met minder behoefte aan forward guidance, en koos zij voor een meer datagedreven aanpak. De ECB hield de rente ongewijzigd op 2,25%, maar enkele beleidsmakers pleitten voor een verhoging uit vrees dat de hogere olieprijs de inflatie verder zou aanjagen; september wordt gezien als de eerste echte afweging tussen verhogen en pauzeren. De Federal Reserve hield eveneens de rente aan, tussen 3,50% en 3,75%, met een ongewoon verdeeld comité: drie regionale voorzitters stemden voor een verhoging om de hardnekkige inflatie te bestrijden. Financiële markten prijzen inmiddels 68% kans in op een Amerikaanse renteverhoging in september. De Bank of England en de Bank of Japan hielden hun rentes stabiel, beide met verdeelde stemmingen vanuit dezelfde inflatiezorg, terwijl Japanse beleidsmakers naar verluidt ingrepen op de valutamarkt om de yen te steunen.
Voor Europese beleggers was ook de ontwikkeling van de kapitaalmarktrente een belangrijk aandachtspunt. De Duitse tienjaarsrente liep in juli op van 2,88% naar 3,21%, gedreven door de hogere olieprijs en de hawkish1 toon van de ECB. De Japanse tienjaarsrente bereikte eveneens het hoogste niveau in dertig jaar.
Wij danken u voor uw vertrouwen en houden u graag op de hoogte van verdere ontwikkelingen in de markten.
1 Hawkish: een centrale bank die prioriteit geeft aan het bestrijden van inflatie en eerder geneigd is de rente te verhogen