Gestructureerde producten: aantrekkelijk rendement, helder uitgelegd
Een autocallable valt vaak op door de relatief hoge coupon. Veel beleggers vragen zich dan af: is dat niet te mooi om waar te zijn? Nee — die hoge coupon is geen gratis extraatje, maar een vergoeding voor het risico dat u als belegger overneemt. Het is belangrijk te begrijpen dat de coupon geen rente is, zoals bij een spaarrekening, maar de marktconforme beloning voor het risico en de voorwaarden die bij dit type product horen.
De betalingen — ook de toekomstige coupons — zijn al bij uitgifte ingeprijsd en afgedekt met opties en andere financiële instrumenten. De bank heeft dus vanaf het begin de verplichting tot die betalingen veiliggesteld. De enige resterende onzekerheid is de solvabiliteit van de uitgevende partij. Want een autocallable is en blijft een schuldinstrument: als de bank in gebreke blijft, vervalt de belofte tot uitbetaling. Daarom kijkt Wilgenhaege bij elk product niet alleen naar het rendement, maar vooral ook naar de kredietkwaliteit van de emittent.
Sommige beleggers denken dat de bank en de klant tegenover elkaar staan: wat de één wint, verliest de ander. In werkelijkheid werkt het anders. Wanneer een bank een autocallable uitgeeft, dekt zij haar risico’s af via de financiële markten. Dat heet “hedging”. De bank koopt en verkoopt opties en futures die precies aansluiten bij de voorwaarden van het product. Daardoor is ze marktrichting-neutraal. Ze probeert niet te voorspellen of de onderliggende waarde(n) stijgt of daalt, maar zorgt ervoor dat ze de beloofde uitkering aan de klant kan waarmaken, ongeacht de marktrichting.
De hoogte van de coupon bij een autocallable – of bij een zogenaamde “worst-of autocallable” – wordt bepaald door een samenspel van marktfactoren, productstructuur en risicoparameters. Laten we die factoren stap voor stap doornemen.
Hoe hoger de volatiliteit, hoe hoger de coupon die de emittent kan aanbieden. Een sterk bewegende onderliggende waarde betekent meer kans dat deze tijdelijk onder het beschermingsniveau zakt of niet vroegtijdig wordt afgelost. De belegger neemt dus meer marktrisico en krijgt daarvoor een hogere vergoeding.
Bij een worst-of autocallable speelt ook de correlatie een rol: wanneer de onderliggende waarden weinig samen bewegen (lage correlatie), stijgt de kans dat één ervan slecht presteert — en dat betekent meer risico en dus een hogere coupon.
De barrière bepaalt hoeveel bescherming de belegger heeft op de hoofdsom. Een lage barrière, bijvoorbeeld 60%, biedt meer bescherming maar een lagere coupon. Een hogere barrière, zoals 80%, geeft juist minder bescherming en dus een hogere coupon als compensatie. Kort gezegd: hoe meer bescherming, hoe lager de coupon.
De frequentie van waarnemingen en de hoogte van de autocall-trigger beïnvloeden het rendement.
Een product dat al na zes maanden kan worden afgelost, zal een lagere coupon bieden omdat het risico korter duurt.
Een hoge trigger (bijvoorbeeld aflossing pas bij 100% van de startwaarde) maakt vroegtijdige uitbetaling minder waarschijnlijk, en dat vertaalt zich in een hogere coupon.
De marktrente en het dividendrendement van de onderliggende aandelen beïnvloeden de prijs van de autocallable. Een stijgende risicovrije rente maakt hogere coupons mogelijk. Hoge dividenden op de onderliggende aandelen daarentegen verhogen de vereiste coupon, omdat de belegger deze dividenden niet rechtstreeks ontvangt binnen het product.
Een autocallable is een schuldpapier van de uitgevende bank. Een partij met een lagere kredietwaardigheid zal een hogere vergoeding moeten bieden om beleggers te compenseren voor het hogere kredietrisico.
Een autocallable van een solide, goed gereputeerde partij zoals BNP Paribas zal dus meestal een lagere coupon kennen dan een product van een kleinere of zwakker gerate emittent met verder dezelfde structuur.
Hoe langer de looptijd, hoe groter de kans op schommelingen in de markt en hoe meer onzekerheid over de eindwaarde. Dat extra risico vertaalt zich in een hogere coupon. Kortlopende producten hebben minder risico en dus een lagere vergoeding.
Wanneer het product gebaseerd is op meerdere onderliggende waarden, geldt de slechtst presterende als bepalend voor het eindresultaat. De kans dat één van de onderliggende aandelen onder de barrière zakt, is dan groter — en om dat extra risico te compenseren, ligt de coupon bij een worst-of structuur hoger.
Bij Wilgenhaege streven we niet naar de hoogste coupon per se, maar naar een evenwichtige mix tussen rendement, bescherming en kwaliteit. Onze researchafdeling beoordeelt zorgvuldig de onderliggende waarden en de kredietwaardigheid van de emittent, zodat elke emissie past binnen ons risicokader. Dat resulteert in producten die niet alleen aantrekkelijk renderen, maar ook rust en vertrouwen bieden aan onze beleggers.
U staat op het punt deze website te verlaten.
We sturen u door naar wilgenhaegevermogensbeheer.nl. Wilt u doorgaan?